• Dinsdag 4 Oktober : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 1,13-24.
    Broeders en zusters, gij hebt gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel heb vervolgd en haar trachtte uit te roeien; en hoe ver ik het bracht in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn voorou­ders. Maar toen Hij die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabie en vandaar weer teruggekeerd naar Damascus. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken en ik ben maar veertien dagen bij hem gebleven. Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broeder des Heren. Wat ik u schrijf is de zuivere waarheid. God is mijn getuige. Daarna ging ik naar het gebied van Syrie en Cilicie; maar ik was persoon­lijk onbekend bij de christenge­meenten van Judea. Zij wisten alleen van horen zeggen: «Hij die ons vroeger vervolgde verkondigt nu het geloof dat hij vroeger wilde uitroeien.» En zij verheerlijkten God om mij.
  • Dinsdag 4 Oktober : Psalmen 139(138),1-3.13-14ab.14c-15.
    Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij, Gij ziet mij waar ik ga of sta. Van verre kent Gij mijn gedachten, Gij weet waarom ik bezig ben of rust, Gij let op al mijn wegen. Want wat er in mij is hebt Gij geschapen, Gij hebt mij als een weefsel in de moederschoot gevormd. Ik dank U voor het wonder van mijn leven voor alle wonderwerken die Gij hebt gemaakt. Gij weet ook alles wat er omgaat in mijn geest mijn diepste wezen is U niet verborgen. Toen ik geheimnisvol werd voortgebracht, mijn levensdraden in de schoot gevlochten werden.
  • Dinsdag 4 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10,38-42.
    In die tijd kwam Jezus in een dorp, waar een vrouw die Marta heette, Hem in haar woning ontving. Ze had een zuster, Maria, die gezeten aan de voeten van de Heer, luisterde naar zijn woorden. Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei: 'Heer, laat het U onver­schillig, dat mijn zuster mij alleen laat bedie­nen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen.' De Heer gaf haar ten antwoord: 'Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts een ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden.'
  • Dinsdag 4 Oktober : H. Theresia van het kind Jezus
    Want een ziel die doortrokken is van het vuur van de liefde kan niet werkeloos blijven. Zeker, net als Magdalena blijft zij bij de voeten van Jezus zitten en luistert naar zijn vriendelijke en vurige woorden. Terwijl het de schijn heeft dat zij niets geeft, geeft zij veel meer dan Marta die zich uitslooft voor allerlei dingen en die zou willen dat haar zus net deed als zij. Jezus keurt de activiteit van Marta niet af. Zijn Moeder heeft zich heel haar leven lang heel nederig beziggehouden met die activiteiten, want zij moest steeds de maaltijd van de heilige Familie klaarmaken. Hij wilde alleen maar de onrust van zijn vurige gastvrouw verbeteren. Alle heiligen hebben dat ingezien, en meer in het bijzonder misschien wel zij die de hele wereld vervuld hebben met het licht van het evangelie. Hebben de heilige Paulus, Augustinus, Johannes van het Kruis, Thomas van Aquino, Franciscus, Dominicus en zoveel andere beroemde vrienden van God niet juist in het gebed die goddelijke wetenschap geput die de grootste genieën verrukt? Een geleerde heeft gezegd : "Geef mij een hefboom en een steunpunt, en ik zal de wereld uit zijn voegen lichten". Wat Archimedes niet heeft kunnen klaarspelen, omdat zijn verzoek niet tot God gericht was en alleen maar een stoffelijke bedoeling had, hebben de heiligen in geheel zijn volheid wel klaargespeeld. De Almachtige heeft hun als steunpunt gegeven: zichzelf en Hem alleen. Als hefboom: het gebed, dat brandt van liefde, en op die manier hebben zij de wereld opgetild. Op deze wijze tillen de strijdende heiligen ook nu nog de wereld omhoog en tot aan het einde der tijden zullen de heiligen die nog komen haar ook omhoog tillen.
  • Maandag 3 Oktober : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 1,6-12.
    Broeders en zusters, ik sta verbaasd dat gij zo spoedig afvalt van Hem die u riep tot de genade naar een ander evangelie; maar er is geen ander, er zijn alleen maar lieden die u verontrusten en het evangelie van Christus willen perverteren. Maar al zouden wijzelf of een engel uit de hemel een ander evange­lie verkondigen dan wij u verkondigd hebben: hij zij ver­vloekt! Wat ik vroeger heb gezegd zeg ik nu opnieuw: als iemand u een ander evangelie verkondigt dan gij ontvangen hebt: hij zij vervloekt! Tracht ik nu de mensen te winnen of God? Zoek is soms de gunst van de mensen? Als ik nog de gunst van mensen zocht, zou ik geen dienaar van Christus zijn. Ik verzeker u, broeders; het evangelie dat door mij is verkondigd is geen produkt van mensen. Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus.
  • Maandag 3 Oktober : Psalmen 111(110),1-2.7-8.9.10c.
    De Heer wil ik danken uit heel mijn hart, te midden der vromen, voor heel de gemeente. Geweldig is alles wat Hij verricht, de aandacht boeiend van elk die het nagaat. Het werk van zijn handen is goed en betrouwbaar al wat Hij besluit staat onwrikbaar vast. Het blijft door de eeuwen van kracht, het is doordacht en rechtvaardig. Hij heeft zijn volk verlossing gebracht, voor eeuwig met hen zijn verbond gesloten; heilig en hooggeëerd is zijn Naam, in eeuwigheid moet men Hem loven.
  • Maandag 3 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10,25-37.
    In die tijd trad een wetgeleer­de naar voren om Jezus op de proef te stellen. Hij zei: 'Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwer­ven?' Hij sprak tot hem: 'Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest ge daar?' Hij gaf ten antwoord: 'Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.' Jezus zei: 'Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.' Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoor­den, sprak hij tot Jezus: 'En wie is dan mijn naaste?' Nu nam Jezus weer het woord en zei: 'Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in de handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken, lieten ze hem half dood liggen. Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een leviet; hij kwam daar langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem. De volgende morgen haalde hij twee denarien te voorschijn, gaf ze aan de waard en zei: Zorg goed voor hem, en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoede. Wie van deze drie lijkt u de naaste van de man die in handen van de rovers gevallen is?' Hij antwoordde: 'Die hem barmhartigheid betoond heeft.' En Jezus sprak: 'Ga dan en doet gij evenzo.'

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"